Tanderosie

We spreken van tanderosie wanneer tandglazuur of blootliggende tandwortel wordt opgelost door een zuur dat niet afkomstig is van de mondbacteriën. Wordt tanderosie niet bestreden, dan kan het tandglazuur uiteindelijk geheel verdwijnen. Vervolgens kan het blootliggende tandbeen eveneens oplossen. Aangezien tandmineraal overwegend bestaat uit calciumfosfaat, kan het volledig oplossen in elk willekeurig zuur. Tanderosie wordt meestal veroorzaakt door zuren afkomstig uit zure dranken (bijvoorbeeld frisdranken en vruchtensappen) en zure levensmiddelen (bijvoorbeeld fruit). Maar ook maagzuur kan de boosdoener zijn, in de mond komend via oprispingen of overgeven (zoals bij anorexia nervosa, boulimia nervosa en alcoholisme).

Ons speeksel biedt een natuurlijke bescherming tegen tanderosie. De buffercapaciteit zorgt ervoor dat zuren worden geneutraliseerd. Bovendien vormen speekseleiwitten een neerslag op de tanden, dat op zijn beurt het tandmateriaal beschermt tegen aantasting. Deze beschermlaag, de zogenaamde pellicle, wordt echter gedeeltelijk verwijderd bij het tandenpoetsen. Het proces van tanderosie zal vooral plaatsvinden op schone tandoppervlakken, dus bij een goede mondhygiëne. Daarentegen is die goede mondhygiëne juist weer een voorwaarde om tandcariës te bestrijden! Wanneer wij direct na het nuttigen van zuur de tanden poetsen, slijt het geruwde tandoppervlak sneller weg.

Zowel bij tanderosie als bij tandcariës wordt het tandglazuur ontkalkt. We moeten een goed onderscheid maken tussen tanderosie en tandcariës. Indien een tandoppervlak niet goed is schoongemaakt, vormen de achtergebleven bacteriën een zuur uit suiker en andere koolhydraten. Dit zuur (veelal melkzuur) wordt uitgescheiden op het tandoppervlak, waardoor de gevreesde tandcariës ontstaat. Tanderosie vindt daarentegen vooral plaats bij een goede mondhygiëne. Dat komt doordat zuur op schoon tandglazuur sterker kan inwerken. U kunt verdere informatie terug vinden op onze website bij de informatiefolders.